Belastingadviespraktijk
Bert Karst

VOOR AL UW BELASTINGAANGIFTEN EN BIJBEHOREND BELASTINGADVIESWERK

RB-SPECIAL ---------> EINDEJAARSTIPS 2018 VOOR PARTICULIEREN



3.1 Belastingteruggaaf bij schommelende inkomsten: middeling 

 

Heeft u in drie opeenvolgende jaren te maken met schommelende inkomsten in box 1? Dan heeft u misschien meer belasting betaald dan wanneer de inkomsten gelijkmatig over die jaren zouden zijn verdeeld. Bepaal daarom of ‘middeling’ voor u een fiscaal voordeel oplevert. Bij middeling wordt de belasting herrekend op basis van het gemiddelde inkomen gedurende een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren. Voor een teruggaaf geldt wel een drempel van € 545.  

 

Voor een middelingsteruggaaf moet u zelf een verzoek doen bij de Belastingdienst. Daarbij moet een berekening van de middelingsteruggaaf worden verstrekt. De definitieve aanslagen van de betreffende jaren moeten al zijn opgelegd. Het verzoek moet u binnen 36 maanden na de laatste definitieve aanslag indienen. Vanzelfsprekend kan uw RB het verzoek voor u verzorgen. 

 

 

3.2 Lijfrente aftrekken: betaal de premie op tijd 

 

Heeft u een lijfrente? Dan is het belangrijk dat u de premie hiervoor op tijd betaalt. De betaalde premies zijn namelijk aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Wilt u de premie nog in 2018 in box 1 aftrekken, dan moet u deze uiterlijk op 31 december 2018 hebben betaald.  

 

Voor de aftrek is het wel nodig dat er voldoende jaarruimte c.q. reserveringsruimte is. U moet dus een pensioentekort hebben.  

 

Heeft u een onderneming gestaakt en wordt daarvoor een lijfrente aangekocht? Dan heeft u iets meer tijd om uw premie te betalen. Dan moet deze namelijk vóór 1 juli 2019 betaald worden om deze nog in 2018 in aftrek te kunnen brengen.  

 

U kunt natuurlijk ook kiezen voor een lijfrenterekening bij een bank in plaats van een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar.  

 

3.3 Koop uw kleine lijfrente af  

 

Heeft u in het verleden een lijfrente afgesloten en valt het rendement op de polis tegen? Overweeg dan om de polis af te kopen. Dit kan soms zonder dat u revisierente (20%) moet betalen. U betaalt dan alleen inkomstenbelasting in box 1.  

 

Revisierente wordt voorkomen als de waarde van de af te kopen lijfrente in 2018 niet meer bedraagt dan € 4.351. Wel moeten de waardes van alle polissen bij dezelfde verzekeringsmaatschappij bij elkaar worden geteld.  

 

3.4 Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen 

 

Heeft u nog een oude lijfrente van vóór 1 januari 1992 (ook wel pre-Brede Herwaardering lijfrente genoemd)? Dan kunt u verschillende keuzes maken voor deze lijfrente. De regels voor deze oude lijfrenten zijn namelijk heel flexibel. Zo mag u kiezen om de uitkeringen uit de verzekering ook aan anderen te laten toekomen. Daarbij kunt u kiezen voor een uitkering ineens of voor uitkeringen in termijnen. 

 

3.5 Extra aftrek eigen woning: betaal rente vooruit 

 

Heeft u een eigen woning met een eigenwoningschuld? Dan is de rente aftrekbaar. U mag in 2018 de rente aftrekken die u in 2018 betaalt. Heeft u wat geld over? Dan kunt u dit jaar een extra aftrek in 2018 krijgen door de rente over de eerste zes maanden van 2019 al dit jaar vooruit te betalen.  

 

Neem tijdig contact op met uw bank om dit nog voor het eind van het jaar te regelen.  

 

Een extra voordeel van het vooruitbetalen van rente is dat de rente die u in 2018 al heeft betaald op 1 januari 2019 niet meer tot uw vermogen behoort. U betaalt hierover dus geen belasting meer in box 3. Daarnaast is het maximale belastingtarief waartegen u de rente kunt aftrekken in 2018 hoger dan in 2019. 

 

 


3.6 Los uw (kleine) hypotheek af 

 

Heeft u een eigen woning en een kleine eigenwoningschuld? Overweeg dan om deze (gedeeltelijk) af te lossen. Dan krijgt u weliswaar geen renteaftrek meer, maar dan krijgt u door de zogenaamde Hillen-aftrek ook niet meer te maken met het eigenwoningforfait. Die Hillen-aftrek komt overeen met het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Aflossing is al gunstig als de te betalen rente daardoor lager wordt dan de bijtelling van het eigenwoningforfait. Hoewel dat wel meer voordeel kan opleveren, hoeft u dus niet de hele schuld af te lossen. Bijkomend voordeel is dat het geld waarmee u de hypotheek aflost, niet meer tot de grondslag van box 3 behoort, zodat u daarover geen belasting betaalt.  

 

Is de WOZ-waarde van uw woning hoger dan € 1.060.000, dan heeft u een verhoogd eigenwoningforfait (bijtelling). Maar ook dan is het voordelig om de schuld af te lossen.  

 

Let op! Het kabinet heeft voorgesteld de Hillen-aftrek geleidelijk af te schaffen. Dit voordeel wordt met ingang van 2019 elk jaar kleiner.  

 

 

3.8 Leen uw kinderen voor hun eigen woning 

 

Ook nu nog staat de rente erg laag en levert sparen erg weinig op. Sterker nog, in box 3 betaalt u ook nog belasting over dit spaargeld. U kunt overwegen om het geld uit te lenen, bijvoorbeeld aan uw kinderen, zodat zij een aankoop of verbouwing van een woning kunnen financieren of kunnen aflossen op hun eigenwoningschuld. Dit heeft voor u beiden voordeel, want u heeft dan een goed rendement op het vermogen en uw kinderen krijgen gemakkelijker een lening.  

 

Let er wel op dat de lening onder zakelijke voorwaarden wordt aangegaan. 

 

 

 

3.9 Bespaar belasting in box 3: stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning 

 

Heeft u nog een kapitaalverzekering? Dan kunt u overwegen om nog voor het eind van 2018 een extra storting te doen. Daarmee bespaart u per 1 januari 2019 belasting in box 3 over deze extra storting. Ook is het rendement in uw kapitaalverzekering waarschijnlijk hoger dan het rendement op uw spaarrekening.  

 

U kunt hetzelfde doen als u een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW) heeft. 

 

3.10 Verzoek om dubbele vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering eigen woning 

 

Komt uw kapitaalverzekering eigen woning (KEW) tot uitkering, en heeft u het hele jaar dezelfde fiscale partner? Dan kunt u gebruik maken van een dubbele vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning, ook al wordt maar één van u beiden als begunstigde in de polis genoemd. Vroeger kon dit alleen als beide partners begunstigde waren. Sinds 1 januari 2016 kunt u bij de aangifte een verzoek doen om de uitkering voor de helft aan beide partners toe te rekenen.  

 

Heeft u een verzoek om dubbele waardevrijstelling gedaan, dan kunt u hier niet op terugkomen. Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW).  

 

3.11 Bespaar belasting in box 3: verlaag de grondslag 

 

Als u vermogen heeft, dan moet u hierover belasting betalen. Er wordt uitgegaan van het saldo van uw bezittingen minus schulden per 1 januari 2019. Door de bezittingen in box 3 te verminderen, hoeft u straks dus minder belasting te betalen. Bent u van plan om uitgaven te doen, probeer deze dan nog te doen in 2018 in plaats van in 2019. Denk bijvoorbeeld aan de aankoop van bezittingen voor persoonlijke doeleinden (zoals sieraden, een auto of kunst) of het vooruitbetalen van verplichtingen (zoals verzekeringen of uw vakantie van 2019). U kunt bijvoorbeeld ook ‘groene’ 

RB-special: Eindejaarstips 2018 – Pagina 24 

beleggingen aankopen. Per persoon geldt daar namelijk een extra vrijstelling van € 57.845 voor, dus voor partners totaal € 115.960. 

 

Moet u nog een belastingaanslag betalen? Deze telt in principe niet mee als schuld in box 3. U kunt deze dan dus beter voor het eind van het jaar betalen zodat het geld niet meer tot uw vermogen behoort.  

 

Bijkomend voordeel: Door de rendementsgrondslag van box 3 te verlagen kunt u ook recht hebben op (extra) zorgtoeslag. 

 

3.12 Bespaar belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv 

 

Heeft u nog geld op uw bankrekening staan? Dan valt dit in box 3. Als u geld uitleent aan uw bv, dan ‘verschuift’ het uitgeleende bedrag van box 3 naar box 1. Daarmee voorkomt u dat u belasting in box 3 moet betalen. U voorkomt de belasting niet helemaal. Omdat u geld aan uw bv leent, is de rente die u ontvangt wel belast in box 1 tegen maximaal 47,76%. Dit kan echter nog steeds voordeliger zijn dan de belasting in box 3.  

 

Het uitgeleende bedrag moet minimaal zes maanden aan de bv worden uitgeleend. 

 

3.13 Bespaar belasting in box 3: stort geld in uw bv 

 

Heeft u nog een flink saldo op uw bankrekening staan? Dan betaalt u hier belasting over in box 3. U kunt deze belasting (deels) voorkomen door dit als kapitaal in uw bv te storten. Het geld valt dan niet meer in box 3, dus u betaalt er geen belasting over. Verder heeft de bv meer liquiditeit.  

 

Het geld kan slechts onder voorwaarden weer onbelast uit de bv worden gehaald. Een gang naar de notaris is hiervoor bijvoorbeeld noodzakelijk. 

 

3.14 Bespaar belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed 

 

Heeft u plannen om een woning te kopen? Dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Steekt u namelijk eigen geld in de 

woning, en vindt de levering van de woning pas in 2019 plaats, dan moet u uw eigen geld op 1 januari 2019 gewoon in box 3 opnemen en dus moet u hier gewoon belasting over betalen. Vindt de levering echter nog dit jaar plaats, dan geldt dat niet. Maak dus goede afspraken over de aankoop.  

 

3.15 Bespaar belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed 

 

Heeft u plannen om een woning te verkopen? Ook dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Als u namelijk verkoopwinst behaalt, dan leidt dat tot extra eigen vermogen. Als de levering bij de notaris nog in 2018 plaatsvindt, dan moet u over de vermogenstoename al in 2019 belasting betalen in box 3. Als de overdracht ná 1 januari 2019 plaatsvindt, dan wordt deze in 2019 echter nog niet meegenomen in box 3. Maak dus goede afspraken voor de verkoop.  

 

3.16 Bespaar belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning 

 

Heeft u een woning in box 3 die u verhuurt (dus niet uw eigen woning)? En geldt hiervoor huurbescherming? Dan geldt voor de waarde in box 3 niet de WOZ-waarde, maar slechts een bepaald percentage van de WOZwaarde. Als die waarde dan echter nog steeds minimaal 10% hoger is dan de werkelijke waarde, mag u zelfs uitgaan van die lagere werkelijke waarde. U moet wel de werkelijke waarde kunnen aantonen.  

 

Hetzelfde geldt voor de heffing van schenk- en erfbelasting. Ook daarvoor wordt uitgegaan van de WOZ-waarde gecorrigeerd met een zogenaamde leegwaarderatio. En ook daarvoor heeft de Hoge Raad in 2016 bepaald dat als de op die manier becijferde waarde minimaal 10% hoger is dan de werkelijke waarde, van die werkelijke waarde mag worden uitgegaan.  

 

3.17 Plan de betaling van uw zorgkosten  

 

Als u zorgkosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De kosten moeten wel boven een bepaalde drempel uitkomen. Hoe hoog de drempel is, hangt af van uw 

RB-special: Eindejaarstips 2018 – Pagina 25 

verzamelinkomen, vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. De drempel is dus geen vast bedrag. Heeft u zorgkosten, betaal deze kosten dan dit jaar nog. Dan zijn deze mogelijk nog in 2018 aftrekbaar.  

 

U mag alleen het deel van de kosten aftrekken dat uitkomt boven de drempel. De mogelijkheid om uw zorgkosten af te trekken is de laatste jaren sterk beperkt. Kosten die onder het verplicht en/of vrijwillig eigen risico vallen, mag u sowieso niet aftrekken 

 

3.18 Afschaffing aftrek scholingskosten: plan uw uitgaven  

 

Als u scholingskosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. Belangrijk is dat deze kosten moeten zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen uit werk en woning te verwerven. Voor de aftrek geldt overigens een drempel van € 250, maar ook een plafond. Als u te maken heeft met scholingskosten, betaal de kosten dan nog in 2018. Dan zijn deze mogelijk nog in 2018 aftrekbaar. 

 

Er zijn plannen om de regeling voor aftrek van scholingsuitgaven met ingang van 2020 af te schaffen. Deze zal dan worden vervangen door een niet-fiscale regeling.  

 

Als u met scholingskosten te maken heeft, maak deze dan zoveel mogelijk in één jaar zodat u sneller over de aftrekdrempel heen gaat.  

 

3.19 Afschaffing aftrek onderhoudskosten monumentenwoning: plan uw uitgaven 

 

Bezit u een of woont u in een monumentenwoning? Dan zijn de onderhoudskosten hiervan voor 80% aftrekbaar. De kosten zijn in 2018 aftrekbaar als u deze in 2018 nog betaalt, verrekent of rentedragend maakt.  

 

De aftrek van onderhoudskosten voor een monumentenpand wordt per 1 januari 2019 afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een subsidieregeling voor onderhoudskosten van een monumentenpand.  


3.20 Bepaal of uw vorderingen nog kunnen worden geïnd 

 

Heeft u een lening verstrekt aan uw kind of een ander? Ga dan na of deze vordering nog wel kan worden geïnd. U bent namelijk niet verplicht deze vorderingen in box 3 op te nemen voor de nominale waarde (de hoogte van de lening). Als de kans bestaat dat de lening niet of niet geheel wordt terugbetaald, dan mag u ook een lagere waarde hanteren.  

 

3.21 Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelastin

 

Woont u in het buitenland en ontvangt u portfolio dividenden uit Nederland? U kunt dan misschien teruggaaf van dividendbelasting krijgen. Nederlandse inwoners kunnen de dividendbelasting namelijk verrekenen met de inkomstenbelasting, terwijl de dividendbelasting voor u een eindheffing is. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat de belastingdruk voor u niet hoger mag zijn dan voor een vergelijkbare Nederlandse inwoner. Heeft u een hogere belastingdruk, dan kunt u dus verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.  

 

Buitenlands belastingplichtigen kunnen de Nederlandse ingehouden dividendbelasting middels een teruggaafverzoek terugkrijgen. Doe dit op tijd: binnen vijf jaar. 

 

3.22 Dien een T-biljet in  

 

Heeft u de afgelopen jaren teveel belasting betaald? En is het bedrag dat u kunt terugkrijgen groter dan de grens voor de teruggaaf? Dan kunt u een T-biljet indienen. Doe dit tijdig, want dit moet binnen vijf jaar na het eind van het kalenderjaar worden gedaan. Dus voor 2013 kunt u dit nog tot eind 2018 doen.  

 

3.23 Maak gebruik van jaarlijkse vrijstellingen 

 

Voor kinderen die een schenking van hun ouders krijgen, geldt in 2018 een reguliere schenkingsvrijstelling van € 5.363.  

 

Deze vrijstelling kan worden verhoogd tot € 25.731. De verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut door een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar oud is.  

 

De eenmalig verhoogde vrijstelling kan extra worden verhoogd tot € 53.602 (2018) als sprake is van schenkingen voor studie/opleiding. Is sprake van een schenking voor de eigen woning, dan geldt zelfs een extra verruimde schenkingsvrijstelling van € 100.800 (2018). Zie ook de tip hierna. 

 

Een mooi voordeel van schenkingen die voor het eind van het jaar zijn gedaan, is dat deze op 1 januari 2019 niet worden meegenomen voor box 3. 

 

3.24 Maak gebruik van de verruimde schenkvrijstelling voor de eigen woning  

 

Vanaf 1 januari 2017 kunt u aan personen – kinderen en derden – die tussen de 18 en 40 jaar oud zijn eenmalig onbelast € 100.800 (bedrag 2018) schenken voor de eigen woning.  

 

Belangrijk is dat u de schenking schriftelijk vastlegt. U hoeft hiervoor niet per sé naar de notaris te gaan, de schenking voor de eigen woning kan namelijk onderhands worden gedaan. Zorg ervoor dat de aangifte schenkbelasting vóór 1 maart 2019 wordt gedaan, maar vooral dat in deze aangifte ook een beroep wordt gedaan op de vrijstelling.  

 

Is er tussen 2010 en 2014 al gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan kan de verhoogde vrijstelling in 2018 niet worden gebruikt. Maar ook in andere gevallen leidt een eerder benutte verhoogde schenkingsvrijstelling tot een beperking van de maximale vrijstelling van € 100.800. Laat u dus goed begeleiden door uw RB.  

 

 

 

 

3.25 Begiftigde te oud: toch de hoge vrijgestelde schenking 

 

De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling geldt alleen als de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar oud is. Valt de begiftigde niet (meer) in die leeftijdsgroep, dan is de eenmalig verhoogde vrijstelling niet meer van toepassing. Valt de partner van de begiftigde nog wel in de genoemde leeftijdscategorie, dan kan de begiftigde de vrijstelling alsnog toepassen. 

 

Let op! De begiftigde moet partner zijn voor de erf- en schenkbelasting. Daarvoor gelden andere eisen als voor het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting.  

 

3.26 Verbind voorwaarden aan uw schenkingen 

 

Als u schenkt, kijk dan goed of u voorwaarden wilt verbinden aan de schenking. Een veel voorkomende bepaling is de uitsluitingsclausule. Daarmee kunt u het risico voorkomen dat de schenking aan uw kind bij zijn of haar scheiding (deels) bij de schoonfamilie van uw kind terecht komt. U kunt ook bepalen dat schenkingen onder bewind worden gedaan. Dan wordt de macht over het vermogen voorbehouden. Wellicht ook te overwegen: een herroepelijke schenking. De herroepelijkheid zorgt ervoor dat u een schenking kunt terugdraaien. 

 

Let op! Voor een beroep op de verruimde vrijstelling voor de eigen woning moet er sprake zijn van een onvoorwaardelijke schenking. Daarbij is een herroepelijk schenking dus niet toegestaan. 

 

3.27 Belastingvoordeel op termijn: Doe een papieren schenking 

 

Wilt u schenkingen doen aan (bijvoorbeeld) uw kinderen maar heeft u onvoldoende liquide vermogen? Zit uw geld bijvoorbeeld in de eigen woning vast? Dan kunt u overwegen om een papieren schenking te doen (een schulderkenning uit vrijgevigheid). Dit houdt in dat u het geschonken bedrag schuldig blijft aan de kinderen. Hierdoor verliest u niet de beschikking over het vermogen, maar kunt u op langere termijn toch een belastingvoordeel bereiken. Uw schuld aan de kinderen is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.  

 

Zorgt u ervoor dat u ieder jaar wel 6% rente betaalt over de schuld. Doet u dat namelijk niet, dan wordt de schuld niet gezien als een schuld van de nalatenschap en moet hier toch erfbelasting over worden betaald. 

 

3.28 Stem uw giften aan ANBI’s af 

 

Doet u giften aan een ANBI, een culturele ANBI of aan een steunstichting SBBI, dan zijn deze aftrekbaar. Hiervoor geldt een drempel van 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. De aftrek van de gift is overigens maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek. Zorgt u ervoor dat uw giften zijn afgestemd op de drempel voor en het maximum aan de aftrek.  

 

Gaat het om een gift aan een culturele ANBI, dan is uw voordeel nog groter, want de aftrek wordt dan verhoogd met 25%. Het maximale bedrag aan giften waarvoor deze verhoging geldt is € 5.000, dus de verhoging is dan € 1.250.  

 

Als u jaarlijks niet boven de drempel voor de giftenaftrek uitkomt, overweeg dan om giften niet jaarlijks te doen, maar één keer in de twee jaar waardoor u misschien wél boven de drempel uitkomt. 

 

 

3.29 Vervang uw gewone gift door een periodieke 

 

De giften die u aan een ANBI doet, zijn aftrekbaar als zij boven een drempel uitkomen. Deze is 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. En er is een maximum aan aftrek: maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek.  

 

Zijn uw giften aan een ANBI niet (volledig) aftrekbaar, overweeg dan om de gift te vervangen door een periodieke gift. U maakt dan schriftelijk kenbaar dat u gedurende vijf jaar een bedrag zult schenken, tenzij u eerder komt te overlijden. In dat geval geldt namelijk geen drempel. 

 

Periodieke schenkingen kunnen in een notariële akte worden opgenomen, maar dat hoeft niet. Een onderhandse akte is voldoende. U kunt de daarvoor benodigde formulieren downloaden van de site van de Belastingdienst. De looptijd van de periodieke schenking is minimaal vijf jaar.  

 

3.30 Laat uw testament (regelmatig) controleren 

 

Heeft u een testament? Gewijzigde wetgeving, een nieuwe persoonlijke situatie en misschien ook wel nieuwe wensen maken dat uw testament misschien niet meer optimaal is. Daarom doet u er goed aan om uw testament (regelmatig) te laten controleren.  

 

Met een goed testament kunt u mogelijk ook belasting besparen.  

 

3.31 Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op 

 

Bent u onlangs getrouwd? En was het de bedoeling om huwelijksvoorwaarden op te maken, maar bent u dat onverhoopt vergeten? Dan kunt u dat in 2018 alsnog doen. Als u namelijk kunt aantonen dat u al voor u ging trouwen van plan was om huwelijkse voorwaarden aan te gaan, dan kunt u dat alsnog doen. Uiteraard mag u dan geen scheidingsprocedure hebben doorlopen.  

 

3.32 Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren 

 

Heeft u huwelijksvoorwaarden? Dan is er een grote kans dat de keuze over de inhoud bij het aangaan van het huwelijk is gemaakt. Het kan natuurlijk dat andere huwelijksvoorwaarden beter bij uw huidige situatie passen. De wetten zijn gewijzigd en misschien uw persoonlijke situatie en wensen ook. Laat uw huwelijksvoorwaarden daarom (regelmatig) controleren en, indien nodig, aanpassen.  

 

3.33 Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na! 

 

Heeft u huwelijksvoorwaarden met een periodiek verrekenbeding? Dan is het heel belangrijk dat u deze steeds nakomt. Met andere woorden, verreken de inkomsten periodiek. Doet u dat namelijk niet, dan kan dat grote nadelige gevolgen hebben. Mocht het huwelijk namelijk onverhoopt eindigen, dan wordt afgerekend alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen.  

 

3.34 Nieuw huwelijksvermogensrecht 2018: kijk wat u wilt 

 

Als u nog in 2018 wilt trouwen, dan geldt niet langer een wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Sinds 2018 geldt de beperkte gemeenschap als standaard. Wilt u in algehele gemeenschap trouwen? Dan moet u hiervoor eerst naar de notaris !!



RB-SPECIAL EINDERJAARSTIPS 2018 VOOR PARTICULIEREN

FIETS VAN DE ZAAK AANTREKKELIJKER !!                                 dinsdag 20 maart 2018  


"DE FISCALE FIETSREGELING WORDT VEREENVOUDIGD PER 1 JANUARI 2020." 

Dit schrijft staatssecretaris Snel van Financiën, mede namens staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat, aan de Tweede Kamer.

Een fiets of auto wordt vaak ook privé gebruikt. Mensen moeten voor dit privégebruik belasting betalen over de waarde van het voordeel dat ze genieten. Bij auto's van de zaak wordt deze waarde vastgesteld via een forfait, waarmee de gebruiker het privégebruik kan afkopen.


Voor een fiets is dit nu niet het geval. Fietsers moeten daardoor precies bijhouden hoeveel kilometer zij fietsen voor woon-werkverkeer en hoeveel zij privé fietsen. Van die privékilometers worden zaken als onderhoudskosten, reparaties, verzekeringen en - bij een elektrische fiets - stroomverbruik afgetrokken. Het bedrag dat onderaan de streep overblijft, moeten werkgevers bij het belastbare salaris optellen.


Door deze ingewikkelde regels wordt volgens de branche zeer beperkt gebruik gemaakt van een fiets van de zaak, terwijl ruim 700.000 mensen privé gebruik maken van een auto van de zaak.

Een simpelere regeling via forfaitaire bijtelling, maakt dit veel eenvoudiger. De bedoeling is dat de leasefiets naast de auto van de zaak mag worden gebruikt. Juist de combinatie van beide vervoermiddelen kan het voor mensen aantrekkelijker maken om een aantal dagen in de week in plaats van met de auto op de fiets naar het werk te gaan.


Meer informatie: Nieuwsbericht Ministerie van Financiën, 19 maart 2018





Vereenvoudigde werkwijze voor particulieren die btw terug willen vragen over 

zonnepanelen


De Belastingdienst past zijn werkwijze aan voor particulieren die btw willen terugvragen over zonnepanelen. Wat dit precies voor u betekent, hangt af van uw specifieke situatie. Zoek hieronder uw situatie op. En kijk wat u moet doen, of wat wij (de belastingdienst) al voor u doen.




U bent een particulier met zonnepanelen en hebt u nog niet aangemeld als ondernemer voor de btw

Doe dat alsnog met het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’. Wanneer wij verder geen vragen hebben, ontvangt u een btw-aangifte over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht. Door aangifte te doen vraagt u de btw over de zonnepanelen terug. Dit kan óók als u de zonnepanelen hebt gekocht in 2013 of daarvoor.


Door de kleineondernemersregeling hoeft u meestal maar 1 keer btw aan te geven: alleen over het aangiftetijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht. Daarom sturen wij u ná dat tijdvak geen btw-aangiften meer. U hoeft dus niet meer te vragen om een ontheffing van administratieve verplichtingen om ervoor te zorgen dat u geen btw-aangiften meer krijgt.


U bent een particulier  met zonnepanelen en hebt u aangemeld als ondernemer voor de btw via het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’. Maar u hebt nog geen reactie ontvangen van ons

Door de nieuwe werkwijze hebben wij langer nodig dan normaal om uw aanmelding te verwerken. U krijgt in ieder geval een reactie van ons vóór 1 mei 2018.


U bent een particulier met zonnepanelen  en hebt u aangemeld als ondernemer voor de btw. Maar u hebt nog geen btw-aangifte gedaan over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht

Hebt u eerder btw-aangifte gedaan over een ander tijdvak? Of in ieder geval nog geen btw-aangifte gedaan over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht? Vraag uw belastingkantoor dan om u een btw-aangifte te sturen over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht.


Nadat u een btw-aangifte hebt ontvangen over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht, vult u deze aangifte in en stuurt hem naar ons. Zo vraagt u de btw over de zonnepanelen terug. Dit kan óók als u de zonnepanelen hebt gekocht in 2013  of daarvoor en nog geen teruggaaf van btw over het juiste tijdvak hebt gevraagd.


Door de kleineondernemersregeling hoeft u meestal maar 1 keer btw aan te geven: alleen over het aangiftetijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht. Daarom sturen wij u ná dat tijdvak geen btw-aangiften meer. U hoeft dus niet meer te vragen om een ontheffing van administratieve verplichtingen om ervoor te zorgen dat u geen btw-aangiften meer krijgt.


U bent een particulier met zonnepanelen en hebt u aangemeld als ondernemer voor de btw. U krijgt nog regelmatig btw-aangiften die u moet terugsturen

Bent u alleen maar ondernemer voor de btw omdat u zonnepanelen hebt ? En krijgt u nu nog regelmatig btw-aangiften? Dan stopt dat binnenkort. Hierover krijgt u een brief.


U bent een particulier met zonnepanelen  en hebt btw-aangifte gedaan   over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht. Maar uw verzoek om teruggaaf van btw over de zonnepanelen is afgewezen

Loopt er nog een bezwaar- of beroepsprocedure tegen uw afgewezen verzoek? Dan zal het verzoek om teruggaaf alsnog worden toegekend. Zit u niet in een lopende bezwaar- of beroepsprocedure over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht? Of is uw bezwaar of beroep afgewezen? Dan kunt u géén btw meer terugvragen.


Loopt er nog een bezwaar- of beroepsprocedure die te maken heeft met de btw over het tijdvak waarin u de zonnepanelen hebt gekocht, maar niet gaat over de teruggaaf van btw op zonnepanelen? U  kunt alsnog de btw over de zonnepanelen terugvragen in die procedure.


U bent een particulier met zonnepanelen en hebt u aangemeld als ondernemer voor de btw. U start andere ondernemersactiviteiten

Geef dat aan ons door. Hoe u dat doet, leest u bij Startende ondernemer.


U bent vanwege andere activiteiten al geregistreerd als btw-ondernemer en u koopt zonnepanelen

Voor u gelden de normale btw-regels. Daarover leest u meer bij Btw (omzetbelasting).


Meer informatie: zie website belastingdienst !! (april 2018) .......